“Ze houden het liefst alles binnen de familie”

273

Als er iets is wat ze in Zweden mist dan is het een Hollandse haring en de directheid van Rotterdammers. Toch zou Ellie Bijl (77) voor geen goud terug willen naar Nederland. “De Zweden zijn stug, maar als ze zich eenmaal openstellen, maak je vrienden voor het leven.”  

Vanuit haar woonkamer kijkt Ellie Bijl op de uitgestrekte bossen van Lessebo in de Zuid-Zweedse regio Småland. Een gebied zo groot als Nederland met veel wouden, meren en baksteenrode houten huizen. Het land van Pipi Langkous. Tien jaar geleden emigreerde Ellie naar dit stipje op de landkaart, samen met haar partner Tony. Daarvoor woonden ze een jaar in Nederland en acht jaar in de Turkse badplaats Marmaris, waar ze een restaurant runden. “In Nederland wilden we de draad weer oppakken, maar als je zo lang bent weggeweest, mis je de trends. Mensen zaten meer op hun telefoon dan dat ze oog hadden voor hun omgeving en in de stad leek alles op consumeren gericht. Na een paar maanden zeiden we tegen elkaar: wie zit hier nog op ons te wachten? Eerst dachten we aan een verhuizing naar Spanje of Portugal, maar de economische situatie was daar door de crisis te onzeker. Zelfs Canada kwam ter sprake. We hadden alleen geen vijftigduizend Canadese dollar per persoon. Die heb je nodig om überhaupt in dat land te mogen wonen. Met de camper zijn we uiteindelijk naar Zweden getrokken. We werden daar gegrepen door de rust en de natuur.” 

Luiertaart
In de knusse woonkamer in Lessebo, wordt iedere beweging van Ellie gevolgd door haar twee honden, een Mechelse herder en een Pekinees. Terwijl ze met de kopjes voor de koffie rommelt, vertelt ze over haar ervaringen in haar nieuwe thuisland. Dat de Zweden nogal behoudend zijn en het liefst alles binnen de familie houden. Dat ze niet zo gauw bij je op de koffie komen. Dat er bij een geboorte van een baby in de buurt niets aan feestelijkheden wordt gedaan en dat je geen dankjewel hoeft te zeggen als je een bos bloemen krijgt. Toen Ellie laatst een paar huizen verderop een moeder met een kinderwagen naar buiten zag gaan en besloot een ‘luiertaart’ voor haar te maken, werd ze aangekeken alsof ze een paar gram nederwiet kwam langsbrengen. Toch is er volgens haar ook een andere kant: “De Zweden zijn ontzettend gesteld op hun tradities. Hier in het dorp dansen ze op 1 mei allemaal om de meiboom. Jong en oud. Waar zie je dat nog?”

Worsten en sauzen
In Zweden heeft Tony een succesvolle autospuiterij voor oldtimers, waarvan Ellie de administratie en personeelszaken doet. Ellie leerde Tony in de jaren ’90 kennen op de dansschool. Hij was in die jaren leraar aan het mbo voor motortechniek. Omdat Tony Turkse roots heeft en Ellie graag naar Turkije op vakantie ging, besloten ze rond de eeuwwisseling een klein restaurant te openen in Marmaris: “Ik regelde de zakelijke kant, Tony de keuken. Dat vonden ze daar behoorlijk wennen; een vrouw die de zaakjes regelde. Maar het werkte prima.” Toch besloten Ellie en Tony om met het restaurant te stoppen. De Turkse economie raakte in het slop en ze vonden de sfeer er in Turkije niet beter op worden.

Heel even hebben ze ook overwogen om in Zweden een restaurant te beginnen. “Zo gezond is autospuiten niet”, zegt Ellie nadat ze van haar koffie heeft genipt. “Maar als je de eetgewoonten van een land niet kent, is het gedoemd te mislukken. Inmiddels weten we beter. Gerechten zijn hier behoorlijk saai. Je hebt de keuze uit wild met god-weet-hoeveel sauzen of allerlei soorten worst. Als Tony volgend jaar met de autospuiterij stopt, overwegen we om iets in de horeca te beginnen.”  

Rock ’n roll
Ellie groeide op in Rotterdam, vlakbij Diergaarde Blijdorp. Na de Mulo deed ze de Handelsavondschool en werkte daarna als directiesecretaresse voor twee Rotterdamse architectenbureaus. Met haar eerste man nam ze een postzegelwinkel over. “Inmiddels is hij overleden. We hebben gouden jaren meegemaakt, het is een interessant vakgebied, waar veel geschiedenis bij komt kijken, maar in de jaren ’80 stortte de handel in. We konden weer opnieuw beginnen. Ons huwelijk was er niet tegen bestand. Mijn ex vertrok naar Spanje. Ik bleef als alleenstaande moeder achter met een zoon van 14 jaar.”

Ellie zou daarna tien jaar vrijgezel blijven, waarvan ze zeven jaar de kost verdiende als exportmanager bij Zeevishandel Schmidt in Rotterdam en de laatste drie jaar een vriendin hielp met de organisatie van haar berghotel in Oostenrijk. Ondertussen ontmoette ze Tony tijdens de rock ’n roll-lessen op de dansschool.

De Zweedse mañana-cultuur
Uit een kast in de woonkamer haalt Ellie een zilveren ketting met daaraan grote ornamenten in de vorm van eikenbladeren. In Zweden is ze begonnen met aquarelleren (onder meer de Nachtwacht van Rembrandt, maar dan met Teddyberen) en het maken van een sieradenlijn. Kortgeleden heeft ze zelfs op een beurs gestaan. Dat was volgens Ellie geen succes. Ze vermoedt dat haar creaties iets te uitgesproken zijn voor de ingetogen Zweedse smaak. “Ik moet me er van Tony niets van aantrekken. Het gaat erom wat ik mooi vind.”

Dit voorjaar kreeg Ellie een ‘TIA’. Ze heeft er gelukkig niets aan overgehouden. Even was ze bang om haar talenkennis te verliezen. Ellie spreekt namelijk Spaans, Turks, Engels en Duits. Alleen het Zweeds is ze niet machtig. Maar omdat het zo op het Nederlands lijkt, ervaart ze dat niet als een groot probleem. Wat in haar ogen onbegrijpelijk is, is de mañana-cultuur van de Zweden. “Je kunt bij de supermarktkassa ongestoord je verhaal houden, terwijl de rest rustig staat te wachten. En een klus die morgen gedaan kan worden, wordt net zo makkelijk doorgeschoven naar de volgende dag. Dat is de Zweedse manier van leven.” Minder makkelijk wordt er trouwens gedaan als het op politiek aankomt, heeft Ellie ontdekt. “Als je tijdens een etentje daarover begint, valt het gesprek direct stil. Volgens mij heeft dat te maken met de Zweedse geschiedenis. Er is hier in de afgelopen tweehonderd jaar geen oorlog geweest. In Nederland zijn we toch meer gewend om voor iets te strijden.”

Vers gevallen sneeuw
In Zweden bewonen Tony en Ellie twee verschillende huizen. Ellie woont in Lessebo, in een Duits aandoende boerderij van donkerbruine baksteen met witte luiken, terwijl Tony in het tien kilometer verderop gelegen Kosta zijn stulpje heeft staan, een typisch Zweeds geelhouten huis met rode dakpannen. De plek waar Ellie woont, staat in de wijde omgeving bekend om de eeuwenoude papierfabriek, en het dorp van Tony vanwege de glasfabriek- en blazerij.

Noch Ellie, noch Tony willen meer terug naar Nederland, vertelt ze. “Wat ik alleen mis is Hollandse haring en de directheid van de Rotterdammers, maar we zijn hier volledig geaccepteerd en hebben veel vrienden en kennissen. Ook uit Nederland komen bekenden regelmatig over. Mijn hartsvriendin neemt ieder jaar de eerste vlucht bij vers gevallen sneeuw. En wat we in Turkije niet hadden, hebben we hier wel: het thuisgevoel. Volgens mij heeft dat te maken met Europa. Daar ben ik achter gekomen, ik voel me vooral een Europeaan.”