“Wij zeggen vaak tegen elkaar: hé, is het nu alweer vrijdag?”

200
Fotografie: Ryan Gallaghar

In Ik vertrek volgen wij retail-medewerkers die na hun pensioen naar het buitenland zijn vertrokken. Dat levert mooie verhalen op. Eén verhaal liet ons niet los: Paul en Louise Subelack. Na tweeënhalf jaar ontving de redactie een berichtje.

Facebook Messenger, 3 maart

Hallo Redactie,

Misschien weten jullie ons nog wel te herinneren: Louise en Paul Subelack uit Frankrijk. Over ons hebben jullie het interview geplaatst: ‘We hadden geen droom, we zijn gewoon gegaan’. Inmiddels zijn wij 2,5 jaar verder en wonen vanaf 1 september 2019 opnieuw in Ierland. Woonden wij eerst in het zuiden, nu wonen wij in het noordwesten, in county Mayo. Mijn prille contact met mijn jongste zoon, waar ik twintig jaar geen contact mee heb gehad, is sinds het verhaal in Jij&Wij opgebloeid. Een paar keer per maand bellen wij elkaar. Daar ben ik erg gelukkig mee. Op 23 februari heb ik hem voor het eerst sinds 24 jaar weer persoonlijk kunnen feliciteren met zijn verjaardag.

Dit wilde ik jullie graag vertellen omdat we een prettig en openhartig gesprek hebben gehad.

Hartelijke groet, ook van Louise, Paul

De feiten op een rij
Wacht even, zeiden wij op de redactie tegen elkaar. Fantastisch dat vader en zoon zijn herenigd, maar wat deze mensen aan verbouwingen en verhuizingen hebben meegemaakt grenst aan het onwaarschijnlijke. Even de feiten op een rij. Louise en Paul trouwden op 8 juli 1993. Op dat moment woont het stel in Bentelo, Twente. Een paar jaar daarvoor is Paul, vader van drie kinderen en eigenaar van zes groente- en fruitzaken, gescheiden. Snel na de bruiloft verhuizen ze naar Borne en twee verschillende adressen in Hengelo. Als ze in 1999 op vakantie in Zuid-Ierland zijn, worden ze verliefd op het eiland. Paul verkoopt zijn winkels en amper een jaar erna kopen ze in Cashel Leap een opknaphuis en gaan er permanent wonen. Louise wordt verpleegkundige in het plaatselijke ziekenhuis, Paul praat zich binnen bij een vijfsterrenhotel aan de kust en wordt als hobby-kok, chef-ontbijt. Binnen een tijdsbestek van vier jaar knappen ze het huis in Cashel Leap op en zetten het in de verkoop.

Afwashulp
Geïnspireerd door een reportage over Frankrijk, op de Ierse televisie, vinden Paul en Louise, een watermolen met een boerderij, in het plaatsje Beaulieu, in de Franse regio Centre. Ze steken het kanaal over en met hulp van Franse buren knappen ze de boel in een paar maanden tijd op. Intussen kopen Paul en Louise een tweede huis, een vervallen boerderij in de Creuse, op vier uur rijden van de watermolen. Paul gaat zich samen met de Franse buren storten op de verbouwing van de nieuwe aanwinst, Louise blijft in de watermolen om de laatste dingen af te werken. Hun spaargeld giert er doorheen. Louise vindt daarom werk als verpleeghulp in een verzorgingstehuis en Paul wordt naast de bouwwerkzaamheden kok in een brasserie op een kasteelcamping en afwashulp in een hotel. Als ze in 2007 zowel de watermolen, als de boerderij weten te verkopen, besluiten ze een kleiner huis te betrekken. Louise stopt met werken vanwege een rugblessure en Paul begint aan een verkorte opleiding tot schoolbuschauffeur. Totdat hij in 2009 een hersenbloeding krijgt. De artsen zijn er net op tijd bij. Toch is het over en uit. In Frankrijk mag je na een hersenbloeding geen officiële baan meer uitvoeren. Verplicht pensioen dus, terwijl de dan zestigjarige Tukker er geen zware gevolgen aan heeft overgehouden.

De beste plek waar ze ooit hebben gewoond
Voor het echtpaar is het hét signaal om in 2011 hun huizen te verkopen en van het verdiende geld een andere woning in de Corrèze op te knappen. Als ze dat in 2016 weer in de verkoop zetten, kopen Paul en Louise een woning in Vaulry. Twee jaar daarna komen wij in beeld. In 2018 staat Paul een muurtje te schilderen in zijn tuin. Hij noemt dit huis met afstand de beste plek waar ze ooit hebben gewoond. Vrij gelegen op zevenduizend vierkante meter grond, waarvan vijfduizend bedekt is met bos. Vanuit het huis is er vrij uitzicht over een glooiend terrein met appel-, peren-, mispel-, kaki- en kersenbomen. Nederland missen ze niet. Paul beklemtoont: “Hier gaan we nooit meer weg.”

De enige bebouwing tot zover het oog reikt
Niets veranderlijker dan een mens. Het nieuwe huis van de Subelack’s ligt anno 2021 in het graafschap County Mayo aan de noordwestkust van Ierland en behoort tot de gemeente Balina. Tot zover het oog reikt is de bungalow de enige bebouwing. Er loopt alleen een weg langs het huis, die links naar de Atlantische Oceaan voert en rechts de binnenlanden in gaat. Zou je hemelsbreed rechtdoor rijden, stuit je op de zuidgrens van Noord-Ierland. Het gebied is wereldberoemd bij de Ieren vanwege Croagh Patrick, een berg van 764 meter hoog, waarop Sint Patrick (een heiligverklaarde Romeins- Britse bisschop uit de 5de eeuw na de jaartelling) 40 dagen en nachten heeft gevast. De berg wordt nog steeds beklommen door pelgrims.

It always rains
Maar toch, wat beweegt iemand om het warme Frankrijk te verruilen voor dit frisse en onherbergzame deel van Ierland? Paul lacht: “Vlak voor wij vertrokken kwamen we op een parkeerplaats van een Franse supermarkt een man uit Dublin tegen. Toen we aan hem vertelden, dat wij naar County Mayo zouden verhuizen, zei hij verbaasd: Why is that? It always rains. En dat klopt. Maar wij vermaken ons goed. Louise tekent veel en ik ben druk met Raad en Daad, de door ons opgerichte hulpdienst voor mensen die naar Frankrijk verhuizen. Inmiddels heeft dat op Facebook al 12.000 leden. We zeggen vaak tegen elkaar: hé, is het nu alweer vrijdag?”

Evenveel grond als in Frankrijk
Paul en Louise kijken veel naar de Duitse televisie. Daarop was in 2019 een reportage te zien over County Mayo. Ze werden gegrepen door de ongerepte natuur en besloten via internet op onderzoek uit te gaan en huizen te bekijken. “Dit huis stond ons meteen aan,” zegt Paul. “Een gelijkvloerse bungalow en niet zo groot, 70 vierkante meter. Met 8000 vierkante meter eigen terrein zijn wij er qua grond zelfs niet op achteruit gegaan. Wel was het huis in Frankrijk groter, maar hier zijn we makkelijk in een half uur klaar met schoonmaken.”

Noaberschap
Voordat ze in 2019 het huis betrekken, zoeken ze vanuit Frankrijk contact met de nieuwe buren. Die wonen een paar kilometer verderop. Bij de buurman mag de huisraad in de schuur worden gestald, totdat het huis is opgeknapt en van nieuwe ramen en kozijnen is voorzien. “De buurman heeft zelfs de sleutel van het huis bij de makelaar voor ons opgehaald, ruim een uur rijden hiervandaan. Dat is het geweldige van deze plek; de saamhorigheid. Wat wij in Twente kennen als noaberschap, er voor elkaar zijn, leeft hier heel erg. Toen Louise laatst in het ziekenhuis was geweest, stond er de volgende dag meteen politie voor de deur. ‘Schrik niet’, zei de agent. ‘Ik kom informeren hoe het gaat. Kun je je redden?’ En laatst nog kwam er een buurman, die altijd op de fiets langskomt, aan de deur. Hij was te laat voor iets. Of ik hem naar het dorp kon rijden. Een week daarna kwam hij het gras maaien.”

74 jaar in alle vrolijkheid
Waar de Subelacks op achteruit zijn gegaan, vinden ze zelf, zijn de gezondheidsvoorzieningen. “Dat is hier naatje,” zegt Paul. “Het viel op toen Louise in het ziekenhuis werd opgenomen voor een besmetting met het coronavirus. Eerst moet je een uur rijden naar Callway en als je bij de spoedhulp aankomt, zitten mensen soms dagen te wachten. Gelukkig is Louise vlot hersteld. Alleen heel af en toe heeft ze nog wat onbestemde klachten.”

Paul zelf kampt soms met de naweeën van zijn herseninfarct in 2009. Hij kan dan bijvoorbeeld moeilijker op bepaalde woorden komen. “Het is een bekend gegeven, dat je na een herseninfarct slechter tegen hitte kunt. Voor ons was dit de voornaamste reden om uit Frankrijk te vertrekken. In vijftien jaar tijd is het in de Limousin, waar wij hebben gewoond, zo verschrikkelijk heet geworden, dat het niet meer uit te houden was. Komt bij, dat wij ouder zijn geworden. Onze weerstand is afgenomen. Ik word dit jaar 74 hè, maar in alle vrolijkheid.”

Trots
Hoewel er geen contact meer is met zijn oudste zoon en dochter, heeft het artikel in Jij&Wij magazine de relatie met zijn jongste zoon langzaam weer op gang gebracht. Eerst via mail. Nu met videogesprekken. Paul glundert: “Han is 42 jaar, getrouwd, werkt als teamleider bij de belastingdienst en hij is net geslaagd voor zijn hbo-opleiding. Daar ben ik trots op. Aanstaande zondag bellen wij weer. Aan het begin had ik nog wel wat vragen, maar daar heb ik heel correct antwoord op gekregen. Nu is het 100 procent goed zo. De enige hoop die ik heb, is hem nog een keer lijfelijk te mogen ontmoeten.”

Nieuwe plannen?
Het huis van de Subelacks ligt in een natuurgebied van 44 hectare bos met kreken en meertjes. Op de bergtoppen in het achterland blijft de sneeuw ’s winters liggen en door de nabijheid van de Atlantische Oceaan kan het er behoorlijk fris zijn. “Eigenlijk hebben wij wel weer zin om wat aan te pakken. Zo hebben we huisjes in Ierland bekeken, maar ook in de Harz in Duitsland. Het blijft leuk om erover te brainstormen. Maar voorlopig blijven we hier. Nee, Nederland komt niet meer voor in onze plannen. Dat ligt definitief achter ons. Te duur, te onrustig. Als we er op vakantie zijn geweest, zijn we altijd weer blij dat we weg kunnen. Het is de manier van leven die ons niet meer aanspreekt. De normen waaraan je moet voldoen. Hier maakt het geen donder uit wat je doet, welke auto je hebt, of welke kleding je draagt. Ik denk dat wij ons beter voelen bij de Ieren. Het is het karakter van de mensen, de levenswijze en de dienstbaarheid naar elkaar toe. Zelfs Louise, een echte francofiel, zou niet meer terug willen. Wij voelen ons hier als vissen in het water.”