We hadden geen droom, we zijn gewoon gegaan. Ik vertrek – Paul Subelack

838

De in Enschede geboren Paul Subelack (70) heeft na vele omzwervingen eindelijk zijn plek gevonden. Het huis staat op zevenduizend vierkante meter eigen grond en biedt een onvergetelijk uitzicht op de bossen en het boerenland van midden Frankrijk. In Nederland werkte de Tukker zich op tot eigenaar van zes speciaalzaken in groente & fruit, totdat het lijntje knapte.

Eerst dit. Een paar dagen voor- dat Paul zijn verhaal vertelt, ontvangen we twee mailtjes op de redactie. Beiden uit zijn naam. In de eerste waarschuwt hij voor een mogelijk moeizaam gesprek, omdat hij soms niet meer op de woorden kan komen vanwege een hersenbloeding. In het tweede bericht, vraagt hij of we interesse hebben in het eerste deel van zijn levensverhaal, dat heeft hij opgeschreven voor een van zijn zoons, waarmee hij na 20 jaar weer contact heeft. Zelf komt Paul uit een gezin met vijf kinderen. Eigenlijk zes. Het eerste kind overleed als baby. Zijn moeder werkte in de textielindustrie en zijn vader had vanwege gezondheidsproblemen allerlei beroepen. “Desondanks was het dikke armoede,” zegt Paul.

Subelack speciaalzaken 
In Vaulry, een stipje op de Franse landkaart, schildert Paul een muurtje bij zijn huis. Zijn achternaam, Subelack, vertelt hij, komt van een Duitse opa aan vaderszijde die naar Nederland emigreerde. Over zijn eigen vader wil Paul het liever niet hebben. Te privé en dichtbij. Hij vertelt dat hij na de lagere school naar de vlgo ging (de voorloper van de leao) en op de markt begon als verkoophulp groenten & fruit. In de avonduren deed hij de mulo en handelsschool. Zijn eerste Subelack Speciaalzaak opent Paul als zijn dochter wordt geboren. Het is begin jaren ’70, de zaken gaan goed. “Snel achter elkaar begon ik nog vijf andere groente & fruit winkels.”

De honing is in de bloem
Als Paul ziet dat zijn filiaalmanagers de zaken zelf goed kunnen draaien, besluit hij de winkels aan hen door te verkopen. “Zo deed mijn baas dat in die tijd ook,” zegt de Tukker. Zijn laatste zaak verkoopt hij, als blijkt dat zijn vrouw een vriend heeft. “Toen hoefde het voor mij niet meer, ik ben in loondienst gegaan en heb mij vanaf dat moment op andere dingen geconcentreerd.” Hij leest in de krant dat Koningin Beatrix een huis heeft gekocht in Zuidwest-Ierland en ruikt kansen: “De honing is in de bloem, dacht ik, daar gaan nu meer Nederlanders wonen.” Waarna hij het zo regelt, dat hij voor een plaatselijk Iers makelaarskantoor de zaken in Nederland kan gaan doen. Paul: ”Dat liep meteen zo goed, dat ik van mijn verdiensten een paar mooie kavels bouwgrond wist te kopen. Toen ik in 1993 met mijn nieuwe vrouw Louise trouwde, en we in 1999 een paar weken vakantie vierden in Zuidwest-Ierland, maakte dat de beslissing nog makkelijker: ‘Zou het niet prachtig zijn om hier te wonen, zeiden we tegen elkaar’.”

Ontbijt-chef in een vijfsterrenhotel
De twee strijken neer in Cashel Leap bij Clonakilty. Er moet geld worden verdiend nadat ze hun huis ‘New Morning’ hebben gekocht. Louise wordt verpleegkundige in het plaatselijke ziekenhuis, Paul weet zich als hobby-kok binnen te praten bij een vijfsterrenhotel aan de kust en wordt chef-ontbijt. “Elke dag om vijf uur op en ik deed het werk in mijn eentje. Op drukke dagen waren er honderdvijftig gasten, waar ik het ontbijt voor mocht verzorgen. Naar Ierse traditie krijgt iedere gast twee worstjes, twee stukken tomaat, ei (gekookt, gepocheerd of roerei), een plak ‘black & white-pudding (een soort baklever en -bloedworst), twee plakken spek en gebakken champignons. Op verzoek kon een gast ook pannenkoeken, zalm en witte bonen krijgen.”

Oppervlakkig
De intrek in hun nieuwe huis begint met tegenslag. De container die uit Nederland bij hun huis aankomt blijkt zo lek als een mandje. Zodra de deuren opengaan stroomt het water naar buiten. Meubels, schilderijen, foto’s en kleding zijn onbruikbaar geworden. “De emotionele waarde die verloren is gegaan, doet nog steeds pijn,” legt Paul uit. Intussen krijgt Louise steeds meer moeite met de gesloten cultuur van de Ieren. Ondanks dat ze behoorlijk wat mensen kennen, blijven de relaties oppervlakkig. Paul: “Zodra je op het persoonlijke vlak kwam, was het altijd fantastisch en had nooit iemand een mindere dag of tegenslag. Over ontwikkelingen in de politiek of de wereld, werd niet gesproken. Zelfs niet bij een etentje. Louise en ik waren veel samen. Zodra ik ’s middags vrij was, trokken we er met de honden op uit.”

Watermolen in Frankrijk
“In 2004 heb ik mijn baan als chef ontbijt opgezegd en ons huis in Cashel Leap te koop gezet,” vertelt Paul. Het stel heeft de zinnen gezet op een leven in Frankrijk. Ze zijn na het zien van het televisieprogramma ‘A place under the sun’ verliefd geworden op dit land. “Via internet vonden we in het plaatsje Beaulieu, in de regio Centre, een watermolen met een longière, dat is een langgerekte boerderij. Met hulp van de Franse buren hebben we dat in een paar maanden tijd opgeknapt.”

Alsof ze niet genoeg onder handen hebben, kopen ze tegelijkertijd een vervallen boerderij in Creuse, op vier uur rijden van de watermolen. De twee besluiten dat Louise daar blijft om de laatste zaken af te werken, Paul zal zich samen met de Franse buren storten op de verbouwing van de nieuwe aanwinst. Ondertussen giert het spaargeld van Paul en Louise er doorheen. Paul: “We waren blij, dat we in een supermarkt een winkelkar met boodschappen wonnen. Er moest dringend geld binnenkomen.”

Louise vindt werk als verpleeghulp in een verzorgingstehuis. Paul wordt kok in een brasserie op een kasteelcamping en afwashulp in een hotel. Als ze in 2007 zowel de watermolen, als de boerderij weten te verkopen, besluiten ze een kleiner huis te betrekken. Louise stopt met werken vanwege een rugblessure en Paul begint aan een verkorte opleiding tot schoolbuschauffeur. Daarin vindt hij het ideale werk. “’s Morgens en ’s middags haalde ik de kinderen op en tussendoor werkte ik als klusjesman in het dorp.”

Niet meer op de kleintjes hoeven letten 
Totdat Paul in 2009 een hersenbloeding krijgt op de parkeerplaats van de supermarkt. De artsen zijn er net op tijd bij. Paul heeft geen zware gevolgen overgehouden aan de hersenbloeding. Af en toe heeft hij moeite om de juiste woorden te vinden, maar in Frankrijk mag je na een hersenbloeding geen officiële baan meer uitoefenen. “Ik moest gedwongen met pensioen. Niks voor mij. In 2011 besloten we het huis te verkopen en van het verdiende geld een andere woning op te knappen tot een riant huis. Nadat we dit onderkomen hadden verkocht, beschikten we over voldoende geld om van te kunnen leven. Zeker samen met het opgebouwde pensioengeld in Nederland, Ierland en Frankrijk. “Het is niet overweldigend, maar we hoeven niet meer op de kleintjes te letten.”

Als een vis in het water 
Toch blijven Paul en Louise rusteloos en kunnen het niet laten. In 2016 verkopen ze hun laatste opgeknapte woning en besluiten in Vaulry te gaan wonen. Paul noemt het met afstand de beste plek waar ze ooit hebben gewoond. Het ligt helemaal vrij op zevenduizend vierkante meter grond, waarvan vijfduizend bedekt is met bos. Daarnaast biedt het huis (Les Huit Papillons) vrij uitzicht over een glooiend terrein met appel-, peren-, mispel-, kaki- en kersenbomen. In de talrijke borders groeien onder meer bessenstruiken en bosaardbeien. Paul: “We voelen ons hier als een vis in het water. De Fransen zijn sympathiek, beleefd en behulpzaam. Iedere keer valt het ons weer op, hoe netjes de Franse kinderen worden opgevoed. Onze beheersing van de Franse taal is acceptabel en we hebben fijne buren, waar we af en toe op een etentje worden uitgenodigd. We hebben niet het gevoel dat we iets missen in Nederland.”

Nooit meer weg 
Paul is momenteel druk met de stichting Raad & Daad www.raadendaad.fr die hij in 2013 met twee andere Nederlanders heeft opgericht. Met een organisatie van 164 Nederlandstalige vrijwilligers helpen ze landgenoten met praktische vragen en problemen. “Vroeg of laat stuit je in dit land op praktische zaken waar iemand die het al eens heeft meegemaakt, je goed mee kan helpen. Van bouwkundige problemen tot het omzetten van je rijbewijs. Van ziekenhuisopname tot juridisch gedoe. We hebben er allemaal mee te maken gehad. Misschien zijn we daardoor nog wel meer van de Fransen en hun land gaan houden. We hebben genoten van de omzwervingen en de uitdagingen. Ik zou er eerlijk gezegd zo weer voor tekenen.”

Behalve op één punt misschien, sinds zijn scheiding heeft hij de kinderen nauwelijks meer gezien (Paul heeft drie kinderen, waarvan twee zoons). Paul: “Alleen met de jongste heb ik sinds kort weer contact. Het heeft een enorme impact op mijn gevoel gehad, maar ik heb het een plaatsje kunnen geven.”