“Over Nederland zei ik altijd: ik woon er niet, ik logeer er alleen maar”

601

‘Home is where the heart is’. Dat weet Rob Hulsbergen (75) maar al te goed. Hij woonde een groot deel van zijn leven onder de rook van Rotterdam, maar bleef verlangen naar de Antillen, de plek waar hij opgroeide. Na zijn pensionering vertrok Rob met zijn vrouw naar Bonaire: een klein stipje in de Caribische Zee waar hij als een vis in het water is.

Wanneer we naar Bonaire bellen, laat de techniek ons in de steek. Pas na een aantal pogingen, zien we de pensionado op ons scherm. Ontspannen, gebruind en zonder een spoortje irritatie op zijn gezicht. “Als je op een tropisch eiland woont, leer je wel om je niet druk te maken. ‘Poco, poco’; dat is het motto hier.” De Caribische laidbackness kreeg Rob met de paplepel ingegoten. Als expatkind – zijn vader werkte voor Shell – werd hij geboren op Curaçao, waar hij de eerste zestien jaar van zijn leven doorbracht. Toen zijn vader met pensioen ging, verkaste het gezin naar Sliedrecht. “Mijn ouders startten een horecabedrijf; een hotel met restaurant. Het was de bedoeling dat ik het zou overnemen, maar daar voelde ik niet veel voor. De horeca is hard werken en er staat weinig tegenover. Bovendien paste het kerkelijke Sliedrecht niet bij mij.”

Gelukkig getrouwd
Rob besloot zijn heil te zoeken in Rotterdam en belandde via een kennis bij een organisatie die brandblusapparatuur en reddingsmiddelen voor zeeschepen levert. “Ik werkte daar als boekhouder – een vak waarvoor ik in de avonduren een opleiding had gevolgd – en richtte me daarnaast op de commerciële kant. Ik draaide 24-uursdiensten, zeven dagen in de week: het was hard werken, maar ook heel dynamisch.” Na zeventien jaar maakte Rob de overstap naar een Israëlisch importbedrijf in citrusfruit waar hij tot zijn pensioen heeft gewerkt. “Omdat mijn baas in Israël woonde, had ik veel vrijheid. Ik moest gegevens aanleveren, maar hoe ik dat deed, was aan mij. Het voelde een beetje als mijn eigen toko.” Naast hard werken, maakte Rob mooie reizen met zijn vrouw. “We zijn 45 jaar gelukkig getrouwd geweest. Onze rolverdeling was traditioneel: ik verdiende het geld en mijn vrouw was thuis; dat werkte voor beide partijen. Samen hebben we veel van de wereld mogen zien. Helaas is zij ruim vier jaar geleden overleden.”

Bekende geur
Hoewel Rob het grootste deel van zijn leven op Hollandse bodem heeft doorgebracht, voelde hij zich onlosmakelijk verbonden met de Caribische eilandengroep. “De hang naar de Antillen is nooit weggegaan. Over Nederland zei ik altijd: ‘ik woon er niet, ik logeer er alleen maar’. In 1978 ging ik voor de eerste keer terug. Toen ik op Curaçao aankwam en in de deuropening van het vliegtuig stond, rook ik het eiland. Het was zo’n bekende geur. Ik dacht meteen: hier hoor ik.” Inmiddels woont Rob bijna zeven en een half jaar op Bonaire, een buureiland van Curaçao. “Bonaire doet mij denken aan het Curaçao waar ik ben opgegroeid. Bovendien kun je er geweldig duiken; mijn grote passie. Mijn vrouw vond het ook een fijne plek, dus toen mijn pensioen naderde, zijn we er een aantal huizen gaan bekijken. Bij het tweede huis was het raak: een twee-onder-een-kapwoning op het Light House Beach Resort. Het is een ruim opgezet resort met een gezamenlijk zwembad. Omdat de meeste huizen alleen in de vakantieperiode worden gebruikt, is het hier rustig wonen.”

Duikersparadijs
Wie denkt dat Rob heel de dag op een bedje aan het zwembad ligt, heeft het mis. Zijn agenda is gevuld met allerlei (vrijwilligers) werk. “Voor de ‘Sea Turtle Conservation Bonaire’, een stichting die zich inzet voor de bescherming, instandhouding en monitoring van zeeschildpadden, ga ik regelmatig de stranden af om nesten te lokaliseren. Deze worden beschermd en gecontroleerd tot ze uitkomen. Daarnaast doe ik de boekhouding van ‘Carribean Speleological Society’ — een organisatie die de grotten op Bonaire in kaart brengt en vijf vleermuissoorten beschermt — en de bewonersvereniging van het resort.” Maar het allerliefst laat Rob toeristen kennismaken met de prachtige onderwaterwereld. “Bonaire is een duikersparadijs. Ik heb ruim vijf jaar als duikgids bij een grote duiktriporganisatie gewerkt, maar op een gegeven moment voelde ik me ‘de opa’ tussen al die jonge werknemers. Tegenwoordig ben ik boat captain en divemaster op het zeilschip van kennissen van mij. We nemen alleen kleine groepen toeristen mee aan boord, waardoor het niet zo massaal is.”

Invasie ambtenaren
Eén ding staat als een paal boven water: Rob gaat nooit meer in Nederland wonen. “Ik kan slecht tegen de kou. Schaatsen, door de sneeuw banjeren; ik vind het verschrikkelijk. Sommige mensen zeggen: ‘elke dag warmte is ook niet fijn’, maar er staat hier altijd een windje.” Ook de Bonairiaanse cultuur ziet Rob als een groot pluspunt. “De vriendelijkheid en warmte van de lokale mensen, de klederdracht, de muzikaliteit, het jaarlijkse carnaval: ik vind het geweldig. Toen Bonaire in 2010 een bijzondere gemeente van Nederland werd, was ik bang voor een invasie van ambtenaren die wel even zouden komen vertellen hoe het allemaal moet. Gelukkig worden veranderingen geleidelijk doorgevoerd en is er oog voor de lokale cultuur.”

Papiamento leren
Sinds Rob is geëmigreerd, is hij eenmaal teruggegaan naar Nederland. “Dat was vlak na het overlijden van mijn vrouw. Eigenlijk heb ik er niet veel te zoeken. Ik heb geen kinderen, mijn zus woont op Corsica en mijn duikvrienden komen regelmatig op bezoek. Het enige wat ik mis, is de tijd van de nieuwe haring. Ze verkopen ze hier in bakjes in de supermarkt, maar daar begin ik niet aan, haha.” Als we Rob naar zijn toekomstplannen vragen, hoeft hij niet lang na te denken. “Ik wil zoveel mogelijk blijven duiken. Elke keer zie ik weer nieuwe dingen: garnaaltjes, een mooi klein gekleurd visje. Ik krijg er geen genoeg van! Daarnaast is het een grote wens van me om Papiamento te leren. Dat ik de taal als kleine jongen niet heb kunnen oppikken, spijt me zeer. Als ik het wat rustiger krijg, wil ik me daar graag op storten.” Rob lacht: “Ik zeg altijd: je bent pas druk als je met pensioen bent.”