Onthaasten in het hart van Andalusië

508

Wonen in Spanje. Dat was de grote droom van Hanny (70) en Roelant (68) Gerrits. Na hun pensionering twijfelden ze dan ook geen moment. Ze stapten in de auto en gingen op zoek naar een nieuw thuis onder de Spaanse zon. Dat werd Antequera: een historische stad in Andalusië, 45 kilometer ten noorden van Málaga.

In Nederland hangt de herfstgeur al in de lucht, maar in Antequera is het nog zomers warm wanneer we het echtpaar spreken. Eén van de redenen waarom Hanny en Roelant voor deze plek hebben gekozen. Sinds oktober 2016 zijn ze de trotste eigenaren van een typische Spaanse stadswoning met witte stenen en een ruime binnenplaats. Geen grote tuin “want dan ben je alleen maar aan het zwoegen”. Met een toeristische stadswandeling die langs hun huis loopt en het gezellige centrum op steenworp afstand is er genoeg reuring. Iets wat het echtpaar hoog op hun wensenlijst had staan. En willen ze zich toch even onttrekken aan de drukte, dan hoeven ze alleen maar hun patio op te zoeken. Die grenst aan kasteel Alcazaba de Antequera en is een oase van rust.

Emigratieplannen
“Even tellen hoor,” zegt Hanny wanneer we vragen hoelang zij en Roelant samen zijn, “in 1969 kregen we verkering… lang dus, haha.” In 1971 stapten ze in het huwelijksbootje en vier jaar later werd hun eerste kind geboren. Zoals in die tijd gebruikelijk was, zorgde Roelant voor brood op de plank en stortte Hanny zich op het moederschap. “Toen de oudste naar de middelbare school ging, ben ik weer gaan werken. Het was niet makkelijk om mijn kennis bij te spijkeren; met name computervaardigheden waren nieuw voor mij. Ik ben er best trots op dat het me is gelukt om alles onder de knie te krijgen.” De laatste twaalf jaar van haar loopbaan werkte Hanny op de administratie- afdeling van Bosman, een leverancier van medische en orthopedische hulpmiddelen. “Ik had het naar mijn zin, maar leefde op het eind ook naar mijn pensioen toe. Toen het eenmaal zover was, moest ik wennen. Vooral het contact met collega’s miste ik. Gelukkig kwamen er andere leuke dingen voor in de plaats.” Roelant: “Ik werkte op dat moment nog in de reiswereld, maar met mijn naderende pensioen zijn we alvast onze emigratieplannen in gang gaan zetten. Want dat we naar Spanje zouden verhuizen, stond vast.”

Dubbele boekingen
De liefde voor Spanje lijkt Roelant in de genen te zitten. Zijn ouders emigreerden begin jaren zeventig naar de kust bij Alicante. Ook Hanny is altijd gek geweest op het land. Toch was een geschikte plek niet een- twee-drie gevonden. Hanny: “Een grote stad is niets voor ons, maar we wilden ook niet in the middle of nowhere wonen. Dan moet je voor elke activiteit de auto pakken. Verder vielen kustplaatsen af, want dan zit je een groot deel van het jaar tussen de badgasten.” Roelant: “Uiteindelijk viel ons oog op Antequera. Met 48.000 inwoners is de stad niet te groot en niet te klein. Net als het historische centrum van Den Bosch, waar we voorheen woonden. Bovendien is er een goed regionaal ziekenhuis. Niet per se leuk, maar wel noodzakelijk. We gaan de komende jaren toch inleveren op gezondheid.” De bereikbaarheid was doorslaggevend. Hanny: “We kunnen vanuit hier makkelijk onze kinderen en kleinkinderen opzoeken in Nederland. Ze komen ook regelmatig deze kant op, net als onze vrienden.” Roelant lacht: “We moeten de agenda goed bijhouden, want anders hebben we dubbele ‘boekingen’.”

Op pad
Saai is het leven van de pensionado’s geen moment. Roelant: “Antequera ligt in
het hart van Andalusië. Je bent zo in Málaga, Granada, Córdoba of Sevilla. Plaatsen
die stuk voor stuk de moeite waard zijn om te bezoeken. Verder wandelen we veel. Zo maken we met de plaatselijke wandelvereniging tochten door de bergen. Heel intensief, maar adembenemend mooi.” Fietsen doen ze minder vaak dan in Nederland. Hanny: “Ons huis ligt tegen het gebergte El Torcal de Antequera. Naar beneden is goed te doen, maar je moet ook weer omhoog trappen. Er zijn in de omgeving wel geschikte plekken om te fietsen, zoals de geasfalteerde oude spoorlijn die van Puente Genil naar Jaén loopt, maar dan moeten we eerst de auto pakken.” In de zomermaanden houdt het echtpaar zich gedeisd. Hanny: “In juli en augustus kan het kwik oplopen tot veertig graden. Dan gaan we een aantal weken naar Nederland of zoeken we het noorden van Spanje op. Maar de rest van het jaar is het hier heerlijk.” Roelant: “Natuurlijk regent het weleens, maar veertig kilometer verderop schijnt dan de zon. Dat is het grote verschil met Nederland. Je kunt altijd wel op pad en die uitstapjes zijn fenomenaal. Het landschap is heel divers. We hebben bergen, heuvels, vlaktes… We verwonderen ons elke keer weer!”

‘Mañana, mañana’
Over de vraag of er dingen zijn waaraan ze moeten wennen, hoeft het echtpaar niet lang
na te denken. “Het Spaanse systeem werkt anders”, vertelt Hanny. “Als je iets wilt regelen bij de gemeente word je van het kastje naar de muur gestuurd. En overal moet je in de rij staan, want ze werken een stuk minder efficiënt.” Roelant vult aan: “Iets wat binnen een paar dagen klaar zou zijn, kan zomaar acht weken duren. ‘Mañana, mañana’ hoor je dan steeds. Toch heeft het ook zijn charme; het leven is minder gehaast. Je moet ook niet in je Nederlandse tempo over het trottoir lopen, want dan bots je tegen iedereen aan. Even stilstaan, een praatje maken: zo doen de Spanjaarden dat.” Of ze oud en grijs gaan worden in Antequera, weten ze niet. Hanny: “Dat zou mooi zijn, maar we moeten hier wel berg op berg af. Het is afwachten hoelang we goed ter been blijven.” De wens om in Spanje te blijven is er in elk geval wel. Roelant: “Ik voel me hier als een vis in het water. Het enige wat ik mis, is af en toe een harinkje.”