Nooit meer terug

353

Het zal je maar overkomen. Op je 68ste laat je alles achter je om samen met je man in Oostenrijk te gaan wonen, word je plotseling smoorverliefd op een Oostenrijker. Dit is het verhaal van Wilhelmine Westerhuis (75).

“In Nederland noemde ik me altijd Wil”, zegt Wilhelmine aan de telefoon. “Mijn doopnaam is Wilhelmina, maar dat vind ik zo stom klinken en in Oostenrijk kennen ze die naam niet. Dus heeft mijn nieuwe man Leopold het omgedoopt in Wilhelmine. Zo heet ik nu.”

Door de coronamaatregelen spreken we Wilhelmine op afstand. Ze woont nu in het noorden van Oostenrijk, op 5 kilometer van de Tsjechische grens. Het dorpje heet Weinern en telt 63 inwoners. Wilhelmine: “Mijn zus is op een gegeven moment verhuisd naar Oostenrijk. Haar dochter was skileraar. Daar wilde ze dichterbij wonen. In die tijd ging mijn man met mijn zwager mee om te helpen verhuizen en kwam altijd met enthousiaste verhalen terug. Ik kon alleen nooit mee, omdat er geen oppas te vinden was voor mijn vier katten en die wilde ik niet alleen laten. Toen de laatste kat doodging, ben ik pas meegegaan. Er ging een wereld voor me open. Wat was het ruim en niet zo op elkaar gebouwd als in Diemen, waar we woonden.”

Geen zorgen meer
Bij thuiskomst in Nederland struinden Wilhelmine en haar man internet af op zoek naar allerlei huizen. De mooiste woningen zagen ze voorbijkomen voor prijzen waar je in Amsterdam nog geen garagebox voor krijgt: “’Sodemieters’, zei ik tegen mijn man, ‘kijk nu toch eens even: voor 25.000 euro een gelijkvloerse bungalow te koop met een enorm grote tuin. Wat zitten wij hier nog te doen op een stukje van vijf bij vijf meter? Laten we gauw ons huis verkopen. Van de meerwaarde gaan we in Oostenrijk wonen. Dan hebben we gelijk geen zorgen meer’.”

Weids uitzicht
Uiteindelijk bleek dat makkelijker gezegd dan gedaan. Toen Wilhelmine hun huis in Diemen te koop zette – een maisonnette-hoekwoning, brak de financiële crisis uit. De huizenprijzen kelderden. “Het heeft twee jaar geduurd, voordat we ons huis hadden verkocht. In de tussentijd zijn we een paar keer naar Oostenrijk geweest. We vonden een prachtig huis, gebouwd in een U-vorm, alles op de begane grond en een lel van een tuin in een bosrijke omgeving. Ook de prijs klopte. Volgens de Bosatlas is de route die er langsloopt een van de mooiste van Oostenrijk. Maar er zijn geen bergen, gelukkig. Het is er heuvelachtig. Al die jaren in Nederland heb ik genoeg tegen huizen aangekeken. Hier is het uitzicht weids en zie je hazen, reeën en fazanten in de tuin lopen. In Diemen waren dat mensen.”

Smerig
In 2014 werden er door Wilhelmine en haar man op verschillende middagen afscheid genomen van hun familie en bekenden. Een dochter bleef in Nederland achter en een zoon woonde al in Spanje, terwijl er ook nog een kleindochter in de Dominicaanse Republiek woont en haar halfzusje in New York. Nadat alles in de vrachtwagen was geladen en de auto volgestouwd met schoonmaakspullen gingen ze op weg. “De eerste dagen hebben we in een hotel overnacht en moesten we bij de notaris in Wenen de formaliteiten regelen. Op het moment dat de vrachtwagen met onze spullen aankwam, hebben we eerst de garage leeggemaakt en alles op pallets gezet. Rondom het huis was alles overwoekerd en binnen echt smerig. Ik werkte in mijn ochtendjas, dat zit zo lekker, terwijl mijn man in zijn werkkloffie rondliep, maar stiekem niks deed. Achteraf hoorde ik in het dorp, dat ze dachten dat hij zich het vuur uit de sloffen liep en ik in mijn peignoir de tijd aan het verlummelen was.”

Alles klikte
“Leopold stak zijn hoofd om de hoek en vroeg: ‘Sind sie die Holländer? Dan komm ich’. Wij waren net buiten aan het koffie drinken. Prompt ging hij op het bankje naast me zitten, tegen me aan. Van niemand anders had ik dat geduld. Maar meteen waren we zeer close. Alles klikte. Hij vertelde dat zijn vrouw was overleden, alleen door het leven ging en bakker in Wenen was geweest. Dat ligt hier 100 kilometer vandaan. We hebben gepraat, gepraat, en gepraat. Leopold zei dingen die me troffen. Gelijkenissen met zijn overleden vrouw. Zij schilderde en handwerkte ook. Op een dag zei hij zelfs: ‘hé, je draagt dezelfde soort kleren’. Ik dacht bij mezelf: kan ik dit nog wel maken op mijn leeftijd? Ik ben dertig jaar getrouwd geweest. Mag dan de bliksem nog inslaan?”

‘Ik blijf hier niet langer’
Met Kerstmis waren mijn man ik bij mijn zus. Op een gegeven moment zei ik: ‘Ik houd het niet meer uit. Ik blijf hier niet langer’. Sindsdien heb ik geen contact meer met mijn zus. Ik ben met twee volle tassen naar Leopold gelopen en heb gezegd: ‘hier ben ik’. Hij glimlachte en zei: ‘kom er maar in’. De dag erna zijn we naar Wenen gegaan. Daar had hij nog een huis. In dat jaar zijn we veel heen en weer gereden. In Wenen konden we wassen en moesten de tuin onderhouden. Tot we het pand vorig jaar december hebben verkocht en definitief hiernaartoe zijn verhuisd. Eerst hebben we deze woning, die ver in de vorige eeuw door de vader van Leopold is gebouwd, vanbuiten gerenoveerd, geïsoleerd en van een nieuwe riolering voorzien.”

Gewapende overval
“Ik kom uit Eemnes en heb altijd in winkels gewerkt. Eerst 5 jaar in een delicatessenzaak in Laren. Daarna in drogisterijen en een farmaceutische groothandel. Tussendoor bestierde ik nog een paar jaar een postagentschap. Maar dat werd me te veel. Ook met de baan bij de groothandel moest ik stoppen. Door het vele schrijfwerk kreeg ik een peesontsteking in mijn hand, waaraan ik moest worden geopereerd. Daarna heb ik nog tien jaar met gemengde gevoelens in drogisterijen in Amsterdam gewerkt.

Tot twee keer toe heb ik een gewapende overval meegemaakt. De eerste keer kreeg ik een pistool op mijn voorhoofd gedrukt en het bevel: ‘kassa openmaken’. De tweede keer stond ik achter de toonbank en kreeg een revolver in mijn zij. Wat ik toen merkte; is als je iets moet doen wat je niet wilt, je niet meer weet hoe hét moet. Ik werd er ziek van. Niemand wist wat ik had. Ik was zo moe. Voor mijn gevoel heb ik wekenlang geslapen. Na een MRI-scan bleek dat ik een nier-infarct had gehad, afgescheurd. Met als gevolg dat ik twee jaar in de ziektewet kon. Tijdens de re-integratie cursus werd me te verstaan gegeven, dat ik het rustiger aan moest gaan doen. Een winkel associeerde ik met gevaar. Ik was 55 jaar en moest het over een andere boeg gaan gooien. Na een tijdje vond ik werk bij een marketingbureau, abonnees van het Financieel Dagblad bellen om te checken of hun gegevens nog klopten. Dat heb ik tot aan mijn pensioen gedaan.”

Weinig contact
Voordat Wilhelmine was getrouwd met de man waarmee ze naar Oostenrijk vertrok, had ze een eerder huwelijk. Met deze echtgenoot heeft ze elf jaar samengewoond en twee kinderen gekregen. “Mijn dochter woont in Bussum,” vertelt Wilhelmine. “Daar heb ik weinig contact mee. Tussen haar man en mij boterde het niet zo. Nu ze is gescheiden, wordt dat contact hopelijk beter. Mijn zoon woont in Spanje met zijn Cubaanse vrouw. Zij kon niet aarden in Nederland. Contact hebben we vooral via telefoon en app.”

Zoveel ruimte
In Oostenrijk vindt Wilhelmine het heerlijk. Ze spreekt de taal en droomt soms zelfs in het Duits. Haar nieuwe man Leopold kan Nederlands verstaan en zorgt voor het reilen en zeilen in huis. Hij kookt, doet de was, maakt schoon en Wilhelmine bestiert de tuin. Ze zegt: “Ik zou nooit meer naar Nederland terug willen. Er is hier zoveel ruimte. Iedereen heeft een vrijstaand huis. In Diemen hoorde je door de dunne muren alles van elkaar. Daar werd ik nerveus van. Als je gezellig buiten zat, hing de buurvrouw uit het raam om te vragen of je niets te doen had.”

Dirndl-outfit
In haar nieuwe woonplaats met 63 inwoners verveelt Wilhelmine zich nooit. “Er is van alles te doen. We hebben een joekel van een tuin en er is een actief dorpsleven. We waren nog geen twee dagen in Oostenrijk, of de buurvrouw kwam op mij af met de vraag of ik zin had om in het dorpskoor te gaan zingen. ‘Graag’, zei ik. In Holland heb ik jarenlang in het kerkkoor gezeten. Ook maak ik nu met een aantal vrijwilligers uit het dorp de kapel schoon en heb een kleed geborduurd voor het altaar. De pastoor heeft ons kortgeleden nog bedankt.”

Waar ze nog aan moet wennen, is het op visite gaan. “Spontaan op de koffie is er niet bij. Daar moet je altijd even voor bellen. Toch fladder ik weleens onaangekondigd binnen. In het dorp zijn ze wel wat gewend sinds ik hier woon. Vorig jaar nog zijn we naar het slotfeest geweest van de graaf en de gravin. Het hele dorp was uitgenodigd. Ik ben in een traditionele Dirndl-outfit gegaan. Een giller.”

10 kilo afgevallen
Een uitje vindt Wilhelmine de manier waarop ze in Oostenrijk boodschappen doen. Als je naar de supermarkt gaat, rijd je niet meteen naar huis, maar eet je eerst een taartje in een Konditorei. Wilhelmine: “Toch ben ik geen gram aangekomen, sterker nog: 10 kilo kwijt. Dat komt door het Oostenrijkse eten. Anders dan ik gewend was, bevat het bijna geen vet en heel weinig suiker. Alleen de schnitzel laat ik staan. Die frituren ze hier. Maar verder, nee, ik eet alles, van Sauerkraut tot Rotkraut en elke avond een wijntje, kaas of nootjes.”

Alle apparaten dubbel
De scheiding met de man waarmee ze 30 jaar samenleefde, is vorig jaar rondgekomen. Nu ze een huishouden vormt met Leopold, krijgt ze AOW voor een samenwonende en ouderdomspensioen van Pensioenfonds Detailhandel. Een vetpot is het volgens haar niet. “Er was geen overwaarde uit de verkoop van ons Nederlandse huis. Daar had ik natuurlijk wel een beetje op gerekend om zorgeloos te kunnen leven. Maar Leopold krijgt ook pensioen en we hebben niet veel nodig. Alle elektrische apparaten in ons huis zijn dubbel en we hebben elkaar. Wat wil je nog meer?”