Interview Derk van Mameren – Wattnou

728

“Per medewerker kijken we wat goed is voor zijn of haar ontwikkeling”

Hij zocht een pakkende naam voor zijn winkel, die een stuk minder suf moest gaan klinken dan ‘Van Mameren Verlichting’. Zo ontstond ‘Wattnou’. Een speciaalzaak in verlichting met een reparatieafdeling. Inmiddels werken er 30 mensen. Oprichter Derk van Mameren (37): “Ik let altijd op de nevenactiviteiten, welke kwaliteiten hebben onze medewerkers nog meer.”

Midden in de crisis, ben je met ‘Wattnou’ begonnen. 55 m2, in hartje Rotterdam. Wat bezielde je om in een tijd, waarin bijna geen huis werd verkocht, de winkeldeuren te openen?
“Ik zag de kansen. De huurmogelijkheden waren gunstig en ik kon met lage risico’s starten. Natuurlijk is het belangrijk dat de economie goed draait, maar wij profiteerden van het feit dat mensen in hun huizen bleven zitten en gingen renoveren of verbouwen. Repareren is het nieuwe kopen.”

Inmiddels heb je ook een vestiging in Breda en een onlineshop met 5.000 artikelen. Op welke doelgroep(en) richten jullie je?
“Op architecten, aannemers, particulieren en toeristen. Online zijn we in België populair, daar komt 33 procent van de bestellingen vandaan.”

Hoe verklaar je het succes?
“We pakken het op een andere manier aan. Losjes en een tikkeltje brutaal. Zo zijn we net even wat anders ingericht, is de kantine bijvoorbeeld een huiskamer en als de mensen binnenkomen high fiven ze elkaar. Het is een lossere manier van werken. De medewerkers zijn ook jonger. De oudste is 67 jaar, ik ben 37 en de meesten zijn in de 20.”

Op welke manier organiseer je jouw bedrijf?
“We hebben een platte structuur, waarbinnen we met teams werken met een eigen aanvoerder. Zo doen we bijvoorbeeld niet aan vaste vakantiedagen, dat wordt allemaal onderling geregeld. Alleen in december mag geen verlof worden opgenomen en niet langer dan 4 weken achter elkaar. Daarnaast heeft iedereen een opleidingsbudget, zodat je je kunt laten bijscholen. De mensen zijn hier trouwens veel meer hands on, niet zulke studiebollen en laten het liever in de praktijk zien. Ik let altijd op hun nevenactiviteiten. Welke kwaliteiten hebben ze nog meer. Dat zie je als je met ze bezig bent. Irene, de eerste zaterdagverkoopster, is nu bijvoorbeeld hoofd marketing. Magazijnmeester Thijs is op stage bij een ander bedrijf en verkoopheld Charlotte kan goed tekenen en is altijd met stijl bezig. Zij maakt ware kunstwerkjes van de etalage. Per persoon kijken we naar wat goed is voor de ontwikkeling.”

Hoe kijken jullie naar het pensioen van de medewerkers. Is het een gespreksonderwerp?
“Het is niet zo dat er niet over pensioen wordt gesproken. Men vindt het fijn dat het er is, Zelf vind ik het een fijn idee, dat ze over 20 tot 30 jaar een potje opbouwen. Zelf zouden ze dat niet doen, dan geeft men het geld uit. Daarnaast krijgen mijn collega’s het magazine Jij&Wij binnen dat wordt met veel plezier gelezen.”