Column: “In stille paniek zocht ik naar de juiste woorden”

454

“Hoe vind je zelf dat het gaat?”, vroeg de functionaris van personeelszaken, die tegenover mij had plaatsgenomen. Hij keek mij monsterend aan. Alsof ik zo zou opbiechten dat ik eigenlijk een medewerker van niks was. In stille paniek zocht ik naar de juiste woorden. Ze kwamen niet.

Jaren later en diverse werkgevers verder, raakte ik steeds meer bedreven in de manier waarop ik functioneringsgesprekken aan moest gaan. Wat je wel en niet moest zeggen en dat je, in het ergste geval, een lading kritiek over je heen kon krijgen. Ik had ook geleerd, als ik van het meest negatieve scenario uitging, het alleen maar mee kon vallen.

Ben ik daarmee een tegenstander geworden van het functioneringsgesprek?

Ja en nee.

Het is namelijk verstandig om met je werkgever in gesprek te raken over je werk. Waar je bijvoorbeeld tegen aanloopt, wat je superleuk vindt om te doen en hoe je jouw groeimogelijkheden naar de toekomst ziet. Ik heb echter moeite met het feit, dat het he-le-maal niet wordt gedaan (bij 55 procent van de bedrijven in de detailhandel) of maar één keer per jaar. Zo’n gesprek kan dan topzwaar worden. Naar mijn smaak zou werk, dat zo’n belangrijk onderdeel is van een mensenleven, niet één keer per jaar moeten worden besproken, maar veel regelmatiger. Onlangs hoorde ik Benno Schildkamp daar interessante dingen over zeggen. Hij is directeur van een bedrijf dat maaltijden bezorgt en kreeg van het ministerie van Economische zaken de prijs voor Beste Goede Praktijk van Nederland. Wat hij van functioneringsgesprekken vindt?

Schildkamp: “We moeten gewoon weer een beetje normaal leren doen. In plaats van functioneringsgesprekken vaker een kop koffiedrinken met medewerkers. Dan hoor je hoe het echt zit. ” Schildkamp heeft gelijk, vind ik. Ofschoon er niks mis is, met een persoonlijk eindejaarsgesprek – waarin je samen met je werkgever terug en vooruitkijkt. Zeker zolang het gesprek is gefocust op de dingen die goed zijn gegaan en beter kunnen. Helaas zie je niet zelden het tegenovergestelde gebeuren. Waarom sturen we niet veel meer aan op het talent van mensen? Dat levert voor de organisatie waarschijnlijk veel meer op en kost de werknemer (en werkgever) veel minder (negatieve) energie. Je maakt nu eenmaal sneller stappen als je ergens aanleg voor hebt.

Die tegenwoordigheid van geest had ik niet tijdens mijn eerste functioneringsgesprek. Ik geloof dat ik na een volle minuut ongemakkelijke stilte de wedervraag stelde: Hoe vindt u dat het met uzelf gaat?

De personeelsfunctionaris had niet meteen een antwoord.