“Ik zie de wereld anders, maar ben niet raar” – Shelley had een depressie

460

Zolang Shelley zich kan herinneren, kampt ze met donkere gedachten. Wanneer
deze begin dit jaar extreme vormen aannemen, klopt ze bij de huisarts aan. Ze wordt doorgestuurd naar een psycholoog en vervolgens naar een psychiater. Een depressie, luidt de diagnose. “Er viel een last van mijn schouders. Eindelijk wist ik dat ik niet raar ben”

Als we Shelley spreken zit ze, met haar kat op schoot, midden tussen de verhuisdozen. Ze heeft de relatie met haar vriend net beëindigd, waardoor ze halsoverkop naar haar moeder moet verhuizen. “Ik heb de afgelopen weken zoveel gehuild. Drie jaar hebben we samengewoond. Door de anti- depressiva zijn mijn gevoelens wat vlakker, maar dit kwam alsnog keihard binnen.”

Gezien worden 
Shelley wordt geboren in Den Bosch en verhuist als ze in groep vier zit naar een dorp in de buurt. Bij de verhuizing hoort ook een nieuwe school. De komst van een onbekend kind in de klas is voor haar klasgenoten moeilijk te accepteren. “Er waren al veel kliekjes en
ik kon er niet tussen komen. Al snel werd ik dat ‘rare meisje’. Ik ging op een negatieve manier aandacht zoeken. Overdreven gek doen, flauwe grapjes maken; alles om gezien te worden. Helaas werkte het averechts. Ik ging met steeds meer tegenzin naar school en was ontzettend onzeker.” Shelley zoekt haar toevlucht op het internet, wat toen net zijn intrede had gemaakt. Ze raakt verstrikt in webcamgesprekken met verschillende jongens. “Zij wonnen mijn vertrouwen. Ik kreeg éindelijk de aandacht die ik zo graag wilde. Het ging steeds verder, ik werd er helemaal in meegetrokken. Ik schaamde me rot.”

Opnieuw gepest
Op haar elfde scheiden haar ouders. Dat zorgt voor verdriet, maar geeft haar leven ook een positieve wending: haar vader vindt een nieuwe liefde en ze krijgt er een stiefzusje, halfzusje en halfbroertje bij. “Een zusje krijgen, was altijd een grote wens. Ik was dolblij.” Shelley gaat met goede hoop naar de middelbare school, maar de geschiedenis lijkt zich te herhalen. “Door omstandigheden had ik de kennismakingsdag gemist, dus kwam ik als nieuweling in de klas. Weer waren er al groepjes gevormd. Over een bepaald meisje werd er gezegd: ‘Niet naast haar gaan zitten hoor, zij is raar!’ Maar wat deed ik? Je raadt het al. Opnieuw begonnen de pesterijen. Ondertussen had ik een stevig harnas gevormd waardoor ik sterk genoeg was om het op te vangen en me ervoor af te sluiten. Op den duur kreeg ik gelukkig wat meer vrienden. Zij waren altijd veel ouder óf juist jonger. Met degenen die ouder waren kon ik makkelijker praten, zij begrepen mij. Met de jongeren kon ik me juist weer even kind voelen. Na schooltijd ging ik het liefst hangen in een parkje of het bos. Gezellig sigaretjes roken met mijn vrienden en even nergens aan denken, want ik zat nog altijd niet lekker in mijn vel. ”

Opluchting
Door de jaren heen heeft Shelley af en toe gesprekken bij de GGZ, maar het haalt niets uit. “Ik heb mijn verhaal wel honderd keer verteld, maar het loste niets op. Ondertussen werd de relatie met mijn ex-vriend steeds heftiger. We hadden regelmatig knallende ruzie, wat bij mij resulteerde in paniekaanvallen. Dan ging ik hyperventileren en wist niet meer wat ik moest doen met mijn ledematen en ademhaling.” Als Shelley’s gedachten in februari steeds donkerder worden, besluit ze naar de huisarts te gaan. “Ik ging er zonder verwachtingen heen, vertelde het hele verhaal en liet het verder op me afkomen. Ik werd doorgestuurd naar de interne psycholoog en vervolgens naar een psychiater. Toen ik te horen kreeg dat ik een depressie had, voelde dat als een opluchting, een last van mijn schouders. Ik leerde dat ik de wereld anders waar- neem en dat ik bepaalde dingen in de maatschappij niet goed kan accepteren. Maar dat betekent niet dat ik raar ben. Eindelijk voelde ik me begrepen.”

Antidepressiva
Van haar psychiater krijgt Shelley anti- depressiva voorgeschreven, die ervoor zorgen dat ze zich rustiger voelt. “Ik word nu minder snel boos en verdrietig en paniekaanvallen zijn er daardoor nauwelijks meer.” Op Shelley’s werk – ze is Assistent Storemanager bij Vero Moda – weten ze van haar depressie. “Als je niks vertelt, gaan mensen zelf wel dingen verzinnen. Wanneer ik me een dag slecht voel, weten mijn collega’s waardoor het komt. Mijn leidinggevende voelt mij altijd goed aan. Op mindere dagen stelt ze voor dat ik in het magazijn ga werken, even niet op de winkelvloer. Superfijn. En als ik wél een keer fel reageer, snappen mijn collega’s dat ik het niet persoonlijk bedoel. Andersom weten zij ook: als zij ergens mee zitten, kunnen ze bij mij terecht.”

Wil je mijn foto liken?
Veel mensen in Shelley’s omgeving worstelen met depressieve gedachten. Volgens Shelley komt dit door teveel druk van buitenaf. “Er wordt zoveel van je gevraagd. Zelfs kinderen moeten al van alles. Op tijd opstaan, naar sportclubjes, muziekles. In onze maatschappij moet alles perfect zijn. Overal moet je iets van vinden. Een vriendin van mij vroeg me ooit of ik haar profielfoto wilde liken omdat iemand anders meer likes had. Eigenlijk is dat toch te gek voor woorden?” Mede door de vervelende webcamervaringen, heeft Shelley moeite met het beeld wat tegenwoordig van vrouwen gevormd wordt. “Sexy dames in bladen, vaak zo bloot mogelijk, altijd maar aantrekkelijk moeten zijn. Ik vind dat heel erg. Als mannen me in de kroeg aanraken, zeg ik daar meteen wat van. Maar veel vrouwen hebben daar de moed niet voor. Als ik het bij vriendinnen zie gebeuren, kom ik meteen voor ze op.”

Afleiding
Shelley is altijd blijven werken, omdat dit haar afleiding geeft. “Ik heb me weleens ziek moeten melden als ik me echt slecht voelde en niet had geslapen, maar over het algemeen ging ik door. Soms reageerde ik meer dan een week niet op appjes van vrienden, omdat ik
de energie gewoon niet had. Ik heb hen gevraagd mij te bellen om te vragen
hoe het met mij gaat, als ze zo lang niks van me hoorden. Dat klinkt misschien logisch, maar is het in praktijk niet.” Shelley ziet de toekomst rooskleurig. Bij haar huidige werk heeft ze het ontzettend naar haar zin. Andere mensen die met depressieve gedachten worstelen, wil ze op het hart drukken om het van zich af te schrijven, muziek te luisteren en met mensen te praten. “Dit hoeft niet meteen een psycholoog te zijn als je je daar niet prettig bij voelt. Als het maar iemand is die je vertrouwt. Probeer duidelijk aan
te geven wat je van anderen verwacht. Geef nooit op, hoe diep je ook zit. Ik heb weleens aan zelfmoord gedacht toen ik het echt niet meer wist, maar gelukkig nooit die stap gezet. Er zijn altijd dingen in het leven die ertoe doen. Bij mij waren dat mijn broertje en zusje, ik ben gek op hen.”

Wil je over dit verhaal napraten? Bel naar 0900-0113 of kijk op www.113.nl.