“Ik stapte uit het vliegtuig en wist: dit is mijn land!” – Ik vertrek, Camilla Faassen in Sri Lanka

1225

Ruim zeven jaar geleden verruilde Camilla Faassen (73) het Zuid-Hollandse Gorinchem voor Negombo, een toeristische badplaats aan de westkust van Sri Lanka. Met wuivende palmen en geurende mangobomen in haar tuin en de Indische oceaan om de hoek leeft ze een tropische droom.

“Roep me maar een halt toe hoor, als ik teveel doordraaf”, waarschuwt Camilla ons vooraf. De goedlachse pensionada praat graag en makkelijk. Een eigenschap die uitstekend te rijmen valt met haar loopbaan. “Ik werkte als demonstratrice voor Honig en Friki Kip. Winkels, huishoudbeurzen, braderieën: ik ging ze allemaal af om demonstraties te geven. Hartstikke leuk, maar op een gegeven moment was ik de buitendiensten zat. Ik ben toen in de schoenen- branche terechtgekomen. De laatste twintig jaar van mijn werkzame tijd was ik filiaalmanager bij Shoetime.” Ongehuwd en zonder kinderen heeft Camilla altijd een vrij bestaan geleid. De stap om na haar pensionering naar het buitenland te vertrekken was daardoor minder groot. “Als er kinderen of kleinkinderen waren geweest, was ik waarschijnlijk minder snel gegaan. Ik had alleen mijn moeder voor wie ik zorgde. Toen zij overleed, was er niets meer wat mij in Nederland hield. Ik zegde mijn huurhuis op en een maand later stond ik met twee koffers op Schiphol. Klaar om een nieuw bestaan op te bouwen in Sri Lanka.” Haar liefde voor de ‘Parel van het Oosten’ ontstond in 1986 toen ze voor het eerst naar het land op vakantie ging. “Ik stapte uit het vliegtuig en wist gelijk: dít is het. Sindsdien ben ik er minimaal één keer per jaar geweest. Wat ik met Sri Lanka heb, is lastig te omschrijven. Het is een heel sterk gevoel. Ik ben totaal niet zweverig, maar het zou me niets verbazen als ik in een vorig leven een Sri Lankaan ben geweest”, lacht ze.

Vaste mensen
Camilla woont naar eigen zeggen niet in het mooiste stukje van Sri Lanka, maar wel in het gezelligste. “Negombo is een goede uitvalsbasis voor mensen die een rondreis willen maken. Het is  hier dan ook een komen en gaan van toeristen. Eigenlijk is het net Scheveningen, alleen is de sfeer veel meer ontspannen. Ik hoor nooit iemand mopperen of klagen.” Te midden van alle guesthouses en eetgelegenheden ligt haar bungalow, omringd door een tropische tuin van maar liefst 500 vierkante meter. “Elke dag komt mijn tuinman Laxman langs om de boel bij te houden. Vaak scharrelen we samen wat rond; dan snoeit hij en ruim ik bladeren. Na afloop drinken we – op z’n Hollands – een kop koffie. Laxman is heel zorgzaam en houdt een oogje in het zeil. Ik ben toch een vrouw alleen. Niet dat ik me ooit onveilig voel, maar je moet wel voorzichtig zijn. Ik heb daarom overal mijn vaste mensen voor. Amal is bijvoorbeeld al twintig jaar mijn vaste tuk tuk-chauffeur.” Met haar pensioen en AOW kan Camilla een riant leven leiden. Eén van de redenen waarom ze naar Sri Lanka is geëmigreerd. “Omdat alles veel goedkoper is, kan ik doen en laten wat ik wil. Koken doe ik bijvoorbeeld maar weinig; voor een paar euro staat er een bord garnalen voor mijn neus. En naast een tuinman heb ik een schoonmaker. Ik voel me een bevoorrecht mens dat ik zo kan leven. Aan de andere kant: ik heb er ook bijna vijftig jaar hard voor gewerkt.”

Behulpzaam en lief
Hoewel Camilla in haar eentje aan de andere kant van de wereld woont, is ze nooit eenzaam. “Ik heb het grootste deel van mijn leven alleen gewoond, dus ik ben niet anders gewend. Bovendien vind ik het heerlijk om op mezelf te zijn. Ik kan uren op mijn terras zitten mijmeren; iets wat het hele jaar mogelijk is door de aangename temperatuur. En wanneer ik behoefte aan mensen heb, hoef ik alleen maar op mijn fiets te stappen. Dan ga ik wat drinken bij kennissen of zoek ik een terrasje op. Ik klep tegen alles en iedereen, dus contact is zo gemaakt. Daarnaast heb ik veel aanloop van buren en kennissen. Voornamelijk Singalezen, dat vind ik ook het leukst. Ze zijn anders dan Europeanen: heel behulpzaam en lief.” Wel zijn er bepaalde gewoontes waar Camilla als westerling aan moet wennen. “Je moet niet gek opkijken als iemand een uur of anderhalf uur te laat is of gewoon helemaal niet komt opdagen. Met mijn vaste mensen probeer ik hier afspraken over te maken. Zo weet mijn tuk tuk-chauffeur dat hij even moet bellen als er iets tussenkomt. Toch komt het nog steeds voor dat hij zonder bericht niet komt opdagen. Waarschijnlijk kan hij dan met een andere klus meer geld verdienen. Met die onverschillige houding heb ik soms moeite, maar ik til er niet te zwaar aan. Het is hier veel te warm om je druk te maken.”

Hollandse lekkernijen
Wanneer we vragen of er dingen zijn die ze mist uit Nederland, roept ze gelijk: “Kaas! En filet americain, haring, pindakaas en stroopwafels, haha. Gelukkig ken ik inmiddels verschillende Nederlanders die regelmatig naar Negombo komen. Ik sla hun spullen op en in ruil daarvoor nemen ze een stuk kaas of andere Hollandse lekkernijen voor me mee.” Plannen om Sri Lanka ooit te verlaten, heeft Camilla niet. Ook niet als haar gezondheid achteruitgaat. “In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn de voorzieningen hier prima. Je moet niet naar een staatsziekenhuis gaan, maar de particuliere zorg is net zo goed als in Nederland. Je hebt alleen geen zorgverzekering, dus ik leg geld opzij voor het geval dat. Verder sta ik eigenlijk niet stil bij de toekomst. Dat heb ik van mijn moeder, die was ook zo. Ik maak me nergens zorgen om en leef met de dag.”