“Het liefst roepen we iedere dag: koffie! Wijntje?”

132

Wanneer je veel ‘ja’ zegt, leef je fijner, is het levensmotto van Gert den Hollander (68). De voormalig bloemist en café-uitbater vertrok twaalf jaar geleden met vervroegd pensioen naar het Duitse Beieren.

Na twaalf jaar voelen Gert en zijn partner Gert zich eindelijk thuis in Hochdorf, een gehucht met tachtig inwoners in het zuiden van Beieren. Een kleine vergrijzende gemeenschap die moest wennen aan twee samenwonende Nederlandse mannen. De enige dorpsbewoner met wie het stel in het begin een beetje aansluiting kon krijgen, was hun buurman, een psycholoog. Met de rest van de mensen in het plaatsje verlopen de contacten stroef. “Toch zijn we naar alle dorpsactiviteiten blijven gaan. Op een gegeven moment konden ze niet meer om ons heen”, vertelt Gert. “Na twaalf jaar kunnen we nu eindelijk zeggen dat we volledig zijn geïntegreerd. Met een aantal mensen komen we regelmatig bij elkaar om te eten en gerechten uit te wisselen. En afgelopen jaar heb ik een dame uit het dorp in een workshop geleerd hoe je een kerstkrans moet maken.”

Geen nachtrust
Gert den Hollander komt uit het Brabantse Klundert. Telg uit een gezin met negen kinderen. Zijn vader was een aannemer die tot ver over de provinciegrenzen bekendheid genoot. Hij was de bedenker van het tijdelijke kantoorgebouw van hout. Hoewel Gert naar eigen zeggen niet de zakenman is zoals zijn vader was, bleef hij ook niet ongezien. Dertig jaar lang runde hij bloemisterij Anemoon, een regionaal bekende bloemenzaak, was onder meer voorzitter van de lokale winkeliersvereniging en de regionale belangenorganisatie voor bloemisten. Of dat niet genoeg was, opende hij vier jaar voor zijn vervroegde pensioen een eetcafé: Rendez Vous. Daar was het vaak zo gezellig, dat de laatste klanten ver na sluitingstijd de deur uitliepen. Dan moest hij alweer bijna naar de veiling. “Op een bepaald moment was dat niet meer te doen. De nachtrust schoot erbij in”, grinnikt Gert. Die als hij praat, iets weg heeft van Joop Braakhekke, de inmiddels overleden Nederlandse televisiekok en restauranthouder, die begin jaren ’90 furore maakte met zijn onstuitbare energie, humor en gevoel voor theater. Ook Gert spreekt alsof hij in zijn eigen televisieprogramma zit en de aandacht van de kijker niet verloren wil laten gaan.

Hier ga ik wonen
Vlak voor het uitbreken van de financiële crisis in 2008 kan de Brabander zijn zaken verkopen en krijgt zijn levensgezel Gert een aanbieding om in München bij een groot farmaceutisch concern te komen werken. Ze strijken neer in Hochdorf, in de gemeente Merching, op 40 kilometer rijden van de Beierse hoofdstad. Van het bedrijf waar zijn partner gaat werken, krijgen ze iemand aangewezen die huizen met ze gaat bekijken. Gert: “De meest ver-schrik-ke-lijke woningen met kleine tuintjes hebben we gezien. Na een dag vol huizen was de dame die ons begeleidde de wanhoop nabij. Ze zei: ‘er is nog een woning, stel je er niet te veel van voor, daarom heb ik het als laatste bewaard’. Maar ik zag het huis, met een enorme tuin eromheen, en dacht: hier ga ik wonen. Het marmer, de trappenpartij, de vier slaapkamers, de twee badkamers, een serre… Allemaal prachtig. Diezelfde dag nog hebben we het gekocht. Althans, we dachten dat we het hadden gekocht, maar het bleek op papier al aan iemand anders te zijn beloofd. Uiteindelijk vond die het huis te eenzaam en te vrij liggen. Vanwege het gedoe kregen we een korting van 30.000 euro, terwijl het huis al een droomprijs had van 225.000 euro.”

Oom Barend
Het huis waarin Gert en Gert wonen, is een zogeheten Zweifamilienhaus, waar opa en oma normaal gesproken op de eerste verdieping leven en de kinderen en kleinkinderen op de begane grond. Het is in 1954 gebouwd, ligt hoog in de heuvels en ziet er strakker en moderner uit dan de bekende witgepleisterde en betimmerde boerenhuizen uit de regio. “De vorige eigenaar was een geboren Deen. Die wilde geen pleisterwerk, maar zichtbare stenen”, vertelt Gert in de grote woonkeuken. “Toen we het kochten, lagen er overal ver-schrik-ke-lijke plavuizen. Ook de gordijnen waren vreselijk. Maar we hebben het helemaal naar onze smaak gemaakt: strak en recht met een combinatie van modern en klassiek. Zoals de oude schilderijen die je ziet. Er zijn er een paar van mijn oom Barend. Hij was kunstschilder en maakte figuratieve werken, stillevens zoals die antieke bordjes. Dat is zo mooi weergegeven.”

Hortensia’s en Phloxen
Vanuit de serre in het achterhuis kijk je uit op een grote vijverpartij en het houten terras in de enorme tuin. Langs het gazon liggen borders met veelkleurige hortensia’s en phloxen. “Toen we hier kwamen wonen, stond het helemaal vol met blauwe distels van een meter hoog. Omdat ik als bloemist ook een beetje verstand van tuinen heb, heb ik het allemaal omgegooid. Alleen de vijver is gebleven. Daaromheen is een tuin ontstaan met groepen planten in één kleur, waarbij de bloemen dicht op elkaar staan en het geheel nog kleurrijker oogt. Ook in de winter genieten we van de tuin. Dan zitten we in de serre.”

Arbeitsleiter
Omdat Gert niet stil kan zitten, is hij acht jaar geleden weer aan het werk gegaan. Hij begon als schoonmaker bij een grote supermarkt in Merching met 320 mensen in dienst. Zo leerde hij perfect Duits spreken. “Eerst wilde ik geen leidinggevende rol. Het leek me heerlijk om een keer één met het personeel te zijn. Maar omdat ik toch altijd ga vertellen wat er moet gebeuren, hebben ze me gevraagd of ik ‘Arbeitsleiter’ wilde worden. Dat doe ik nu vijf jaar en geef leiding aan twee mensen. We maken de boel schoon en daarbij doe ik de administratie. Zeven dagen in de week, iedere ochtend twee uur. En een keer per week vergader ik met de grote baas.”

‘Koffie! Wijntje’
Waar Gert nog niet aan heeft kunnen wennen, is het Duitse brood. Dat is een ‘verschrikkelijk drama’. Hij vindt het ‘stoeptegels’, zo hard en stug. Eigenlijk niet te eten. In de eerste jaren van hun verblijf namen Nederlandse gasten brood mee voor in de vriezer. Dat doen ze niet meer. Ze kopen nu meestal luxebroodjes en tostibrood. Dat is goed te doen. Maar nog steeds brengen vrienden en familie pindakaas, hagelslag en komijnekaas mee uit Nederland. Zijn er nog andere dingen die ze missen aan Nederland? “Feestjes. Een verjaardag houdt men liever ‘Privat’. Zelfs wanneer je komt condoleren, blijf je aan de deur staan. In Klundert hadden we een huis, daar had de deur nog geeneens in hoeven te hangen, die was altijd open. Dat kennen ze hier niet. En ‘s avonds gaan de rolluiken naar beneden. Wij hebben dat doorbroken met onze clubjes. Het liefst gooien we iedere dag de deur open en roepen: ‘koffie! Wijntje?’”

Pünktlich
Ook op het werk bespeurt Gert verschillen. Zo kreeg hij laatst een bestelling terug, waar de toeleverancier niet mee uit de voeten kon. In plaats van de zes flessen in een doos, had hij dit keer gevraagd om ‘ietsjes meer’. “Kunnen ze niks mee,” glimlacht Gert. “Het is zeven of acht flessen. Anders niks. Daar zijn ze heel precies in. Pünktlich. Gisteren, ook een mooi voorbeeld, werd een collega op de vingers getikt. Op de groenteafdeling, die we zojuist hadden schoongemaakt, viste hij een nog eetbare perzik uit het weggooide fruit. Het kwam hem meteen op een berisping te staan: het fruit was weliswaar weggegooid, maar nog steeds eigendom van de supermarkt. Bijna gelijk aan diefstal dus.”

Zie je wat de Duitsers hebben gedaan
Vlakbij Hochdorf ligt het voormalige concentratiekamp Dachau. Gert is er drie keer geweest. “De oorlog is hier nog een gevoelig punt”, weet Gert. “Iedere keer als ik er kom, word je er helemaal stil van. Toch zie ik dat de Duitsers deze periode beter hebben verwerkt dan wij Nederlanders. Hier moeten de kinderen in de vijfde klas lagere school verplicht een bezoek brengen aan het kamp. Als je er komt, zie je enorm veel scholieren. Een Duitse mevrouw uit het dorp vroeg me eens of we al in Dachau waren geweest. Daaraan voegde ze toe: ‘daar zie je wat wij Duitsers hebben gedaan.’”

Zeg ja
In Hochdorf proberen Gert en Gert zoveel mogelijk van het leven te genieten. Hoewel ze niet rijk zijn, hoeven ze zich geen zorgen te maken over geld. “Als er een nieuwe wasmachine moet komen, dan is dat geen probleem. Als we uit eten willen, doen we dat. Maar we leiden toch vooral een eenvoudig leven. Daarin willen we graag zoveel mogelijk mensen om ons heen hebben. We hebben een levensmotto: zeg zoveel mogelijk ja en weinig nee. Dan leef je een fijner leven.”