‘Het is hier iedere dag feest’

97

Als het televisieprogramma Showroom nog had bestaan dan was het aan de haal gegaan met het verhaal van de eigenzinnige en excentrieke Tom Leusen (72). Acht jaar geleden emigreerde de oud-medewerker en eigenaar van babyspeciaalzaak ‘De ooievaar’ uit Schiedam naar Montrol-Sénard een 68 inwoners tellend gehucht in Frankrijk. Hij opende er een kinderwagenmuseum en organiseert op het dorpsplein rock ’n roll-feesten.

Tom Leusen neemt de dagen zoals ze komen. Hij wordt wakker als hij wakker wordt, maakt een praatje met de postbode, luistert naar de radio, slurpt van zijn koffie, leest de plaatselijke krant, babbelt met zijn vriendin van 82 aan de overkant, gooit de deuren van zijn museum open en leidt een paar bezoekers rond. Aan het begin van de avond hobbelt hij naar zijn overbuurvrouw van restaurant Le table du Lavoire, waar hij voor een vriendenprijs zijn avondmaal nuttigt met een aperitief, een paar glazen wijn en cognac. Licht in zijn hoofd kuiert hij vervolgens terug naar huis en luistert op de jukebox naar rock ’n roll-vinyl uit zijn jeugd. De tijd dat hij met een vetkuif probeerde een plaatsje te bemachtigen in de Schiedamse band The Flying Dutchman, maar tot grote opluchting van zijn vader (een Rooms-katholieke winkelier die het maar niks vond dat zijn zoon in een band terecht zou komen) mislukte omdat hij als een zoutpilaar op het podium stond. “De gedachte alleen al, was slecht voor zijn nachtrust”, herinnert Tom. Diezelfde vader zou hem na zijn Ulo-diploma vragen om in de babyspeciaalzaak te gaan werken. Hij was amper 16-jaar.

Kronkelwegen, riviertjes en meren
De omgeving waar Tom is neergestreken heet de Limousin. Een provincie met veel groen en een golvend landschap dat bestaat uit grasland, bos en rotsachtig gebergte. Het gebied bevindt zich net iets onder het midden van Frankrijk. Je kent het misschien van de roodbruine Limousin-koeien of het beroemde porselein uit de stad Limoges. Montrol-Sénard ligt op 50 kilometer van deze plaats. Massatoerisme heeft dit gebied nog niet bereikt en de agrarische sector vormt de belangrijkste inkomstenbron van het ruim zevenhonderdduizend inwoners tellende gewest. De Limousin is in tegenstelling tot het andere deel van het Centraal Massief, een gebied met smalle kronkelwegen, riviertjes en meren. Het lijkt alsof de Lord of the Rings er is opgenomen en de Hobbits ieder moment uit hun heuvelhuisjes kunnen komen lopen.

Jaloers
De reden waarom Tom naar dit gebied is verhuisd, is de schuld van zijn zus en zwager. “Na het overlijden van mijn moeder verhuisden zij naar Frankrijk en toen ik zag hoe zij woonden, werd ik jaloers in de goede zin van het woord.” Route du paradis (route naar het paradijs) noemt Tom Leusen hun landgoed met waterpartijen, bossen en een hoeve met twee paarden, een hond en drie katten. Hij besloot direct een makelaar in te schakelen, maar die kwam met panden die of te groot of te afgelegen lagen. Via een tip in de plaatselijke kroeg stuitte hij op de woning van een dorpsboer. “Een vriendelijk ogend woonhuis met twee etages, een woonkamer van veertig meter, een ondergrondse garage en een boerenschuur van zeshonderd vierkante meter. De prijs was belachelijk laag. Voor 45.000 euro kon ik eigenaar worden en het paste perfect bij mijn museumplannen. Alleen de daken waren aan vervanging toe en er moest een nieuw keukentje in.”

Playboy
Het museum van Tom Leusen wordt in Montrol-Sénard zelden bij de officiële naam genoemd: ‘Musée de la Cigogne’, oftewel museum de ooievaar. De dorpsbewoners hebben het liever over de grot van AliBaba, waarmee ze verwijzen naar de krankzinnige hoeveelheid spullen die wordt tentoongesteld in de boerenschuur van zeshonderd vierkante meter. Bij zijn verhuizing naar Frankrijk had Tom veertien containers nodig om alles wat hij in vijftig jaar had verzameld mee te nemen naar Frankrijk. Dat waren alle onverkochte goederen uit de winkel aangevuld met zijn voorliefde voor antieke kinderwagens, oude radio’s, flessen jenever, reclamelichtbakken, spelletjes, miniatuurauto’s, klassieke auto’s en diverse jaargangen van het tijdschrift Playboy. “Voor mijn pensionering reisde ik ieder weekend naar vlooienmarkten in Nederland, België, Noord-Frankrijk en Engeland op zoek naar koopjes.”

Vijfduizend bezoekers per jaar
Jaarlijks trekt de ‘grot van AilBaba’ circa vijfduizend bezoekers. De meeste gasten komen uit Frankrijk. Maar er zijn ook toeristen uit Engeland, België en Nederland te vinden. Duitsers komen er nauwelijks volgens Tom. Hij wijdt dat aan het iets verderop gelegen oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. “Daar schijnen de Duitsers niet zo goed vanaf te komen”, grapt hij op droge toon. In het museum staan ruim tweehonderd kinderwagens, waarvan het pronkstuk dateert uit het jaar 1900. Toch is een stoof met een klassiek Frans zeskantig strijkijzer de publiekstrekker. “Een topstuk”, zegt Tom. “Iedere dag krijg ik er wel vragen over. Ik heb het gekocht op een Franse rommelmarkt.” Maar ook een klassieke Simca Ariane uit 1961, de laatste auto van zijn vader, is populair onder de 30 tot 40 bezoekers die het museum iedere dag trekt. “In Schiedam vond de burgemeester het een slecht idee om een museum te beginnen. Toen ik het voorstelde aan de burgemeester van dit dorp, kon hij me wel zoenen.”

Baby’s, bruiloften en begrafenissen
Tom woont alleen in Frankrijk. Hij is jaren geleden gescheiden en heeft uit dat huwelijk een volwassen zoon. Ze zien of spreken elkaar nog maar weinig. “We zijn elkaar een beetje uit het oog verloren. Als ik in Schiedam ben, dineren we samen, maar daarbuiten is er eigenlijk geen contact. Kennelijk is er van beide kanten niet de behoefte om elkaar te spreken. En naar Nederland ga ik nauwelijks meer. Alleen voor de drie B’s: baby’s, bruiloften en begrafenissen. Maar dan begint de ellende al bij Antwerpen. De drukte, het gedrag van automobilisten. Hier vind je het eerste verkeerslicht pas op 15 kilometer buiten het dorp en de mensen laten je hier voorgaan of zwaaien beleefd. Schoolvrienden, kennissen en familie komen graag naar Frankrijk en als ik naar Schiedam moet, hak ik de reis altijd in tweeën.”

Een groot feest
Het enige wat hij echt mist aan Nederland zijn een Hollandse haring en ‘Het spul’ in Schiedam, een jenevercafé. Maar gelukkig nemen zijn vrienden altijd een kruikje oude jenever voor hem mee. “Fransen krijgen vaak het predicaat, dat ze stug en bot zijn, maar ik ervaar iedere dag het tegenovergestelde. Het zijn vrolijke en vriendelijke mensen. Iedereen zegt elkaar bonjour en zodra een Fransman merkt dat je je best doet om de taal te spreken, is het ijs gebroken. Ik vind het een groot feest hier.”

Rock ’n roll
Sinds een paar jaar organiseert de 72-jarige Nederlander iedere laatste zondag van de maand augustus een rock ’n roll-feest op het dorpsplein van Montrol-Sénard. Uit de wijde omgeving komen honderden mensen op de optredens af. Volgens Tom Leusen zullen ze in het dorp weleens denken: ‘daar heb je die gekke Hollander weer’. Muziek is sowieso de passie van Tom. Tot diep in de nacht luistert hij ernaar op zijn twee jukeboxen. Alleen gitaarspelen lukt hem niet meer. Door de ziekte van Dupoitrain zijn zijn vingers kromgetrokken. “Het doet geen pijn, maar een plectrum vasthouden is onmogelijk.”

Niets negatiefs over Frankrijk
Over geld hoeft Tom Leusen zich geen zorgen meer te maken. Acht jaar geleden verkocht hij zijn winkelpand aan een projectontwikkelaar. Hij krijgt bovendien AOW, ouderdomspensioen en de winsten uit zijn bedrijfsactiviteiten worden in de komende 15 jaar voor een deel in de vorm van lijfrentes uitgekeerd. “Ik kan het niet opmaken, maar ik heb ook niet veel nodig”, legt Tom uit. “Ik eet en drink ieder avond voor 25 euro, de benzine is hier veel goedkoper, ik hoef geen wegenbelasting te betalen, de autoverzekering is spotgoedkoop en ook de ziektekostenverzekering valt veel lager uit dan in Nederland. Toen ik een paar jaar geleden in een Frans ziekenhuis terechtkwam, kreeg ik zonder één cent eigen risicohulp in de huishouding en fysiotherapie. Zelfs de belastingaanslag is hier laag. Ik kan echt niets negatiefs verzinnen over Frankrijk.”